1. Oorsprong Klimmersbrevet:

Het idee om een Klimmersbrevet in het leven te roepen ontstond in 1986. De samenstelling voor de eerste kalenderjaar verliep moeizaam. Onbekendheid van het product maar vooral ook de beperkte keuze waren hiervan de belangrijkste   oorzaken. Toentertijd was het opnemen van heuvels in het parcours nog lang niet zo vanzelfsprekend als tegenwoordig Slechts enkele verenigingen organiseerden tochten waarin enkele bekende heuvels waren opgenomen.

Deze tochten hadden indertijd grote bekendheid vanwege juist dit feit. Enkele jaren werden toertochten uitgezet met als belangrijkste uitgangspunt: zoveel mogelijk klimmen. De criteria voor deze toentertijd opgenomen verenigingen zullen derhalve lang niet in alle gevallen voldoen aan de thans gestelde voorwaarden.

2. Grondslag voor het opstellen van een regeling toetreding Klimbrevetten:

Zeer regelmatig verzoeken verenigingen een dergelijk stuk toe te willen zenden. Tot op heden (1997) bestond een dergelijke regeling nog niet en moest op basis van toegezonden informatie worden bepaald of een vereniging aan criteria voldeed.

Aan een verzoek tot toezending kon niet worden voldaan. Teneinde voor alle verenigingen die vanaf heden toe willen treden tot één der brevetten dezelfde norm te hanteren, is besloten deze criteria op zo kort mogelijke termijn op te stellen. De verenigingen die een verzoek tot deelname aan het N.K.C. richten, kunnen aan de hand van de ontvangen informatie toetsen of aan deze voorwaarden wordt voldaan.

3. Algemeen:

Het N.K.C. brengt een drietal brevetten uit, t.w.: Klimmersbrevet, Super Klimmersbrevet en het Brevet des Cyclistes. De regeling zoals genoemd , geldt voor alle brevetten. Om zoveel mogelijk verenigingen de gelegenheid te geven om met een tocht deel te nemen aan één der genoemde brevetten, kan een vereniging in principe deelnemen aan slechts één brevet.

4. Voorwaarden:

4a.     Voorwaarden waaraan de tocht dient te voldoen.

4a-1   Startplaats.

De startplaats dient binnen Nederland te liggen.

4a-2: Hoogteverschil:

Vanzelfsprekend dient er enig hoogteverschil te zijn opgenomen in de tocht die voor opname in de kalender van bedoelde brevetten in aanmerking wenst te komen. Dit hoogteverschil wordt gerelateerd aan de afstand van de tocht en dient over een afstand van 100 kilometer tenminste 300 meter te bedragen.

 4a-3:  Gebiedsindeling:

Uitgangspunt bij de samenstelling van de kalender is dat de tochten over de hierna genoemde drie gebieden verdeeld zijn. De desbetreffende gebieden zijn:

1. Zuid Nederland,

2. Midden Nederland

3. Oost Nederland.

4a-4:  Afstanden:

De drie Klimbrevetten onderscheiden zich op een aantal punten, het belangrijkste verschil betreft de afstand. In het (Super-)Klimmersbrevet zijn grotere afstanden opgenomen dan in het Brevet des Cyclistes. Alhoewel daar misschien niet in alle gevallen aan voldaan kan worden, is de bepaling in welke categorie een bepaalde tocht thuis hoort afhankelijk van de navolgende onder- en bovengrens.

  • Brevet des Cyclistes : tussen 100 en 160 kilometer
  • (Super-)Klimmersbrevet  : tussen 160 en 250 kilometer

 

4b.:    Voorwaarden waaraan verenigingen dienen te voldoen.

4b-1: Financiën:

Van de verenigingen die in het programma van één der brevetten zijn opgenomen, wordt een geringe financiële bijdrage verlangd. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de advertentie in het TEP. Deze bedraagt momenteel € 10,-,- De betaling van bedoeld bedrag dient plaats te vinden binnen 2 maanden na dagtekening van de ontvangen nota.

4b-2:  Tijdige informatie:

Jaarlijks ontvangen de deelnemende verenigingen een antwoordkaartje het verzoek om de gegevens betreffende het komende jaar zorgvuldig in te vullen en vervolgens voor de gevraagde datum te retourneren. In het belang van de  verenigingen zelf is controle op juiste en vooral volledige informatie van essentieel belang.

Voorts is het gewenst om het N.K.C. tijdig te informeren omtrent wijzigingen in het secretariaatsadres van uw vereniging.

4b-3:  Niet nakomen verplichtingen verenigingen:

Met betrekking tot bovenstaande twee onderdelen kan het niet naleven van deze regelingen uitsluiting van deelname inhouden.

5. Procedure bij het vervallen van 1 der opgenomen tochten:

Als een tocht uit het Klimmersbrevet vervalt, wordt met in achtneming van de regeling genoemd onder 4a-3 een vereniging met een tocht uit het Super-Klimmersbrevet verzocht de opengevallen plaats in te nemen. Hierbij kan de datum van de tocht meespelen

6. Ontsnappingsprocedure

 

Bennekom,   26 maart 1998